Antwerpen is een interessante stad, die grotendeels op de rechteroever van de Schelde ligt en bovendien bekend is door zijn uitgestrekt havengebied met internationaal vrachtvervoer. De stad aan de Schelde is niet voor niets een aantal jaren geleden Culturele Hoofdstad van Europa geweest. Niet enkel en alleen door haar bekende punten zoals de Vogelmarkt en de Grote Markt. Antwerpen heeft een lange geschiedenis met een rijk verleden. Van een klein dorp wordt het ten tijde van de Tachtigjarige Oorlog de grootste stad van de Nederlanden. Van die rijke geschiedenis vinden we in Antwerpen nog de overblijfselen terug in de talrijke musea, de prachtige bibliotheken, het omvangrijke stadsarchief, maar ook in de vele monumenten die tal van Antwerpse straten, pleinen met en rustgevende plekjes en parken met verkwikkend groen sieren.

Antwerpen is de stad van de Vlaamse barokschilder Rubens. Hij heeft er toe bijgedragen dat in de 16e eeuw de stad één van de belangrijkste culturele en economische centra ter wereld wordt. Vele inwoners leiden een waar herenleven: hoofs en zelfbewust, als echte "Sinjoren", een spotnaam die de Antwerpenaren nog altijd met trots dragen. Hun stad is een hartverwarmende, ongekunstelde stad, maar ook levendig en kosmopolitisch met oogstrelende architectuur, chique winkels, imposante monumenten, bezielde kunstwerken, cafés waar het bier rijkelijk vloeit, en restaurants waar je van de heerlijkste Belgische en multiculturele gerechten kunt genieten. Kortom: je kunt zeggen dat cultuur, geschiedenis, een bruisend nachtleven en winkels van wereldklasse Antwerpen allure geven. Het is eenwereldstad in zakformaat.

De mooiste bezienswaardigheden en activiteiten van Antwerpen zijn:

  • Het centrum van Antwerpen: Verken wandelend het oude centrum van Antwerpen. Wandeling door het centrum van Antwerpen zijn hier en hier (pdf-versie) te vinden.
  • St. Paulus Kerk: De Antwerpse Sint-Pauluskerk ligt in het oude stadscentrum, op een steenworp van de rivier de Schelde, in de stadswijk waar vroeger de zeelui woonden. De kerk is oorspronkelijk een dominicaner kloosterkerk uit de 16e eeuw. De kerk verving vanaf 1517 een gebouw dat in 1276 was ingewijd en is grotendeels gebouwd in laat-gotische stijl. De Sint-Pauluskerk, een dominicanerkerk, was een intellectueel centrum van aanzienlijk belang en de plaats vanwaar de predikheren werden uitgezonden naar het voornamelijk protestantse Noord-Europa. De voorgevel vertoont renaissancekenmerken. Domien de Waghemakere en Rombout de Drijvere zijn de vermoedelijke architecten van de kerk. Na een brand in 1679 werd een barokke toren toegevoegd. Het interieur is eveneens voor het grootste deel in barokke stijl. Tussen 1699 en 1747 werd naast de Sint-Pauluskerk een Calvarieberg opgericht als "levend theater", in een tuin versierd met talrijke beelden op sokkels langs een pad dat tot de heuvel leidt waar het kruis is geplaatst.
  • Onder de talloze kunstwerken in de kerk bevinden zich werken van belangrijke Antwerpse kunstenaars zoals de schilders Peter Paul Rubens, Antoon van Dyck en Jacob Jordaens en de beeldhouwer Artus Quellinus. Het 17e-eeuwse orgel geldt als een van de belangrijkste orgels van België. Naast de kerk werd eind 17e eeuw, begin 18e eeuw een kruisweg met calvarieberg gebouwd. In 1620 schonk Peter Paul Rubens het schilderij Madonna van de rozenkrans van Caravaggio (schilder) als altaarstuk aan de kerk. In 1781 werd dit schilderij door keizer Jozef II opgeëist om het toe te voegen aan zijn kunstverzameling. Nu is het te bewonderen in het Kunsthistorisches Museum van Wenen. In de Antwerpse Sint-Pauluskerk hangt tegenwoordig een kopie ervan van de hand van de directeur van de Antwerpse Academie. Caravaggio's werk, eens een vorstelijke schenking van Rubens aan Antwerpen verwerd tot een object van roofkunst door de toenmalige Oostenrijkse bezetter.
  • De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal: De Onze-Lieve-Vrouwekathedraal is een kathedraal in de Belgische stad Antwerpen. De kathedraal staat aan de Handschoenmarkt en is de hoofdkerk van het bisdom Antwerpen. Ze werd toegewijd aan Maria. De kerk was een kathedraal tussen 1559 en 1803 en vanaf 1961 tot heden. De toren van de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal is als onderdeel van een groep van 56 belforten in België en Frankrijk opgenomen op de lijst van werelderfgoed van UNESCO.
  • De kathedraal is bekend geworden door zijn indrukwekkende westgevel met zijn timpaan dat het Laatste Oordeel weergeeft. De noordelijke toren is 123 meter hoog en is sinds de sloop van de Sint-Lambertuskathedraal te Luik in 1794 de hoogste kerktoren van de Nederlanden. Hij werd gefinancierd door de stad Antwerpen en valt ook nu nog onder het stadsbestuur en niet onder het kerkbestuur. Deze toren is een voorbeeld van flamboyante gotiek, en is opgetrokken in witte zandsteen uit Dilbeekse steengroeven. Aan de toren werd jaren gebouwd en hij werd in 1518 voltooid. Op het einde van de 19de eeuw is hij voor het eerst gerestaureerd. In deze toren bevinden zich de luidklokken en de beiaard. Er zijn 515 treden in de noordelijke toren, maar daarboven zijn nog trappen die alleen voor personeel toegankelijk zijn. De toren is elke woensdag van april tot september te bezoeken onder leiding van de officiële torenwachters. Er moet wel worden gereserveerd.
  • Van het oorspronkelijke interieur is zo goed als niets bewaard. In de Reformatie raasde de beeldenstorm door de kathedraal. Glasramen, beelden, relieken, praalgraven en tientallen altaren werden onteerd en vernietigd door calvinisten.De kathedraal bezit twee beroemde drieluiken van de Vlaamse kunstschilder Rubens, De kruisafneming uit 1612 en De Kruisoprichting uit 1609-1610. Daarnaast zijn er twee andere schilderijen van dezelfde meester: De hemelvaart van Maria uit 1626 en De verrijzenis van Christus uit 1612. Voor de achterzijde van het hoofdaltaar hangt het schilderij De dood van Maria uit 1633 van Abraham Matthyssens. Verder hangt in de zogenaamde vieringtoren van de kathedraal De hemelvaart van Maria van Cornelis Schut uit 1647.
  • Prentenkabinet: Het Plantin-Moretusmuseum is een historisch museum over de drukkersfamilie Plantin-Moretus. Het pand met de drukkerij is gelegen aan de Vrijdagmarkt in Antwerpen. In de zestiende eeuw bevond zich hier de boekdrukkerij Plantijn, die door Christoffel Plantijn werd gesticht. Na zijn dood werd de drukkerij overgenomen door zijn schoonzoon Jan I Moretus. De drukkerij werd de ontmoetingsplaats voor tal van geleerden en humanisten, zoals Justus Lipsius en Simon Stevin.In 2002 werd dit museum genomineerd als UNESCO werelderfgoed en in 2005 effectief, als eerste museum ooit, op de lijst van werelderfgoed geplaatst, wegens de uitzonderlijk goed bewaarde historische drukkerij uit de zestiende eeuw.Het volledige huis is uitgerust met Vlaams meubilair en kunstvoorwerpen en veel houtsnijwerk bekleed met goudleer. De collectie heeft ook een paar interessante doeken van Rubens, die een huisvriend was. In het museum is een schat aan historische boeken en drukken bewaard gebleven. De collectie omvat ruim 30.000 boeken (incunabelen en postincunabelen), originele zetstaven voor notenbalken en muziek.In de oude drukkerij staan er een aantal authentieke houten drukpersen, waaronder enkele zeer oude Blau-drukpersen. Er is een oude gieterij voor loden drukletters, compleet met een unieke collectie handgietvormen. Daarnaast worden punches en matrijzen bewaard, die worden toegeschreven aan bijvoorbeeld Claude Garamond, Johan Van der Keere en andere beroemde lettersnijders uit de 17e en 18e eeuw. Deze zijn van zeer groot belang als typografisch erfgoed.
  • Modemuseum: Het Modemuseum Antwerpen, ook MoMu genoemd, heeft een uitgebreide verzameling modestukken. Heel wat van de objecten (ontwerptekeningen, foto's,...) zijn afkomstig van de opleiding "Mode" aan de Hogeschool Antwerpen. Ook oud-studenten van de opleiding schonken een deel van hun ontwerpen aan het museum, zoals onder meer Dries Van Noten, Martin Margiela, Walter Van Beirendonck, Ann Demeulemeester, Dirk Bikkembergs en andere.
  • Museum Mayer vd Bergh: De kunstverzameling Fritz Mayer van den Bergh is een verzameling oude meesters en sculpturen bijeengebracht door de gefortuneerde verzamelaar Fritz Mayer van den Bergh (1858-1901).Deze verzameling is beroemd om haar Vlaamse oude meesters uit de Antwerpse School. In de collectie zijn verschillende belangrijke stijlen en thema's vertegenwoordigd. Van den Berghs interesse ging vooral uit naar de oude kunst der Nederlanden van de 14e tot de 17e eeuw met werk van de Vlaamse Primitieven, retabels en monumentaal beeldhouwwerk.
  • Rubenshuis: Het Rubenshuis is het voormalige huis van Peter Paul Rubens aan de Wapper 9-11 te Antwerpen. Het huis is nu ingericht als museum.
  • In 1610, na zijn huwelijk met Isabella Brant, liet Peter Paul Rubens (1577-1640) een woning verbouwen in de toenmalige Vaartstraat, nu de Wapper, aan de Herentalse Vaart. Rubens had zelf de plannen voor zijn paleis gemaakt, geïnspireerd door de Italiaanse renaissancepaleizen. Het werd een woning en atelier met een monumentaal portiek op de binnenplaats. Ook de tuin achter het Rubenshuis werd in Vlaams-Italiaanse renaissancestijl aangelegd, architectonisch vormde hij een geheel met de gebouwen en met het tuinpaviljoen in barokstijl. De kweek van bloemen, groenten en fruit gebeurde in perken omgeven met een lage haag.
  • Naast het woonhuis richtte hij een groot atelier in, waar leerlingen grote panelen en doeken beschilderden, een 25.000 tal in het totaal. Een echte schilderijenfabriek dus, maar de meester stond garant voor de kwaliteit. Dit liet Rubens toe hoge prijzen te vragen aan de vele buitenlandse vorsten die hij als klant had. We noemen daarbij vorsten van o.a. Engeland, Frankrijk, Spanje en Beieren. In zijn privé-atelier op de bovenverdieping maakte Rubens zelf tekeningen, portretten en kleinere schilderijen, en voerde hij een uitgebreide correspondentie naar binnen- en buitenland. Er zijn ongeveer 5000 brieven bewaard gebleven in zowel het Nederlands, het Frans, het Latijn als vooral, het Italiaans.
  • Rubens bracht het grootste deel van zijn leven door in zijn paleis. Na zijn dood werd de woning door zijn erfgenamen verkocht en opgedeeld. Uiteindelijk verwierf de stad Antwerpen het pand in 1937. Na restauratie kon het Rubenshuis in 1946 voor het publiek worden opengesteld. In de zalen en vertrekken zijn er een tiental werken. In het grootatelier bevindt zich o.m een van zijn vroegste werken: Adam en Eva in het Paradijs uit 1600. Ook hangt er de Annunciatie uit 1628.
  • Koninklijke Museum voor schone kunsten: Het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten is een kunsthistorisch museum in Antwerpen. Het is het grootste en belangrijkste museum onder de voogdij van de Vlaamse Gemeenschap. Het Museum staat onder leiding van hoofdconservator Dr. Paul Huvenne. Het museum is gevestigd in een statig gebouw uit de jaren 1884-1890 aan de Leopold De Waelplaats van de architecten Winders en Frans Van Dijk. Omwille van een verregaande renovatie zal het museum gesloten zijn tot het einde van 2017.
  • Dierentuin - De Zoo: ZOO Antwerpen is een dierentuin die behoort tot de KMDA. De dierentuin werd geopend op 21 juli 1843 en is daarmee de oudste dierentuin van België en een van de oudste dierentuinen ter wereld. De zoo ligt vlak naast het station Antwerpen-Centraal op het Koningin Astridplein in Antwerpen. In de volksmond wordt deze dierentuin ook wel 'de zoo' of 'de Zoölogie' genoemd.
  • Diamantenmuseum / Diamantpaviljoen: Het diamantmuseum van de provincie Antwerpen was een museum in het centrum van Antwerpen vlak bij de diamantwijk. Het opende in 2002 en werd gesloten in mei 2012. In het museum leerde de bezoeker over het verleden en heden van de diamantindustrie en de diamanthandel in de omgeving van Antwerpen. De functie van het museum werd gedeeltijk overgenomen door het Diamantpaviljoen aan het Museum aan de Stroom. Het museum bevond zich in de diamantstad Antwerpen en had als onderwerp de geschiedenis van diamant in deze stad. In de 16e eeuw werd Antwerpen een wereldcentrum voor diamanthandel.

Centraal Station: Het huidige stationsgebouw Antwerpen-Centraal werd gebouwd tussen 1899 en 1905 als kopstation. Het gebouw bestaat uit een stalen perronoverkapping en een stenen stationsgebouw. De stalen perronoverkapping werd ontworpen tussen 1895 en 1899 door ingenieur Clement van Bogaert. De overkapping is 43 meter hoog (hoogte die nodig was om de stoom van de locomotieven op te vangen), 186 meter lang en 66 meter breed en bood ruimte aan 10 kopsporen. Het stenen stationsgebouw (ontvangstgebouw) werd gebouwd tussen 1899 en 1905 door Louis Delacenserie (bijgestaan door Charles Poupaert) in eclectische stijl (een combinatie van stijlelementen uit vroegere perioden). Delacenserie liet zich inspireren door het stationsgebouw van Luzern en het Pantheon in Rome. Het hoogste punt van het station (75 meter) is een grote koepel. Het station werd op 11 augustus 1905 geopend. Volgens het Amerikaanse tijdschrift Newsweek behoort het station Antwerpen-Centraal tot de vier mooiste stations ter wereld.

Meer informatie is op de volgende websites te vinden:

 Bron: Wikipedia